Hoe een bevalling verloopt, is voor iedereen anders en van tevoren niet te voorspellen. Het kan echter fijn zijn om te weten wat je ongeveer gaat meemaken, zodat je beter kunt voelen en meebewegen met je lichaam.
Met een natuurlijke bevalling bedoelen we een bevalling die vanzelf op gang komt, zonder complicaties verloopt en waarbij geen medische ingrepen nodig zijn. Elke bevalling is uniek, maar over het algemeen kun je een aantal fases herkennen waar je doorheen gaat.
Bij Leeve begeleiden we je tijdens elke fase, thuis of in het geboortecentrum, zodat je je veilig voelt en ondersteund wordt. Zo kun je je volledig richten op de komst van jullie kindje en vertrouwen op de kracht van je eigen lichaam.
De bevalling kan op twee manieren beginnen: met weeën of met gebroken vliezen.
Bij negen van de tien vrouwen start het met weeën. Als deze regelmatig komen, langer aanhouden en pijnlijk zijn, is de kans groot dat de bevalling begonnen is. Zeker weet je dit pas in de actieve fase, wanneer de weeën ook voor ontsluiting zorgen.
Bij één van de tien vrouwen breken eerst de vliezen. Vaak volgen de weeën binnen enkele uren, maar soms kan dit ook een paar dagen duren.
Al voor de bevalling kan je lichaam zich voorbereiden. Zo kun je de slijmprop verliezen of voorweeën voelen. Deze zijn kort, onregelmatig en meestal niet pijnlijk, maar kunnen langzaam overgaan in echte weeën. Soms duurt het nog weken voordat de bevalling echt begint.
Voorweeën zijn onregelmatige, kortdurende samentrekkingen van de baarmoeder. Je kunt ze voelen als een zeurende pijn in je buik, onderbuik of liezen, een beetje zoals menstruatiepijn. Voorweeën zorgen niet voor ontsluiting en verdwijnen vaak als je ontspant of warmte toepast. Een warme douche, een bad, gaan liggen of een warme kruik kunnen helpen.
Weeën zijn anders. Ze komen regelmatig, zijn sterker en pijnlijker, duren langer en zorgen ervoor dat de baarmoedermond opengaat. Zo begint de bevalling. Veel vrouwen merken dat ze zich tijdens echte weeën moeten concentreren en ze vaak wegzuchten of op een andere manier ondersteunen.
Voorweeën komen meestal aan het einde van de zwangerschap voor, maar soms al iets eerder. Niet iedereen merkt ze op; sommige vrouwen hebben er wekenlang last van, anderen helemaal niet.
Heb je last van voorweeën? Probeer rustig te blijven, drink voldoende water, doe ademhalingsoefeningen en zoek ontspanning. Voorweeën zijn meestal onschuldig en laten zien dat je lichaam zich voorbereidt op de bevalling.
De latente fase is de eerste fase van de bevalling. In deze fase bereidt je lichaam zich langzaam voor. De baarmoedermond wordt zachter, korter, draait naar voren en opent tot ongeveer drie tot vier centimeter. De weeën zijn vaak onregelmatig en wisselen in kracht en duur. Ze kunnen tijdelijk afzwakken of zelfs stoppen en later weer terugkomen, bijvoorbeeld door stress of afleiding. Vaak voelen ze als menstruatiekrampen en zijn ze nog goed op te vangen.
Pas als de weeën regelmatiger, sterker en pijnlijker worden en de pauzes korter worden, ga je over naar de actieve fase. Soms merk je de latente fase nauwelijks en beginnen de weeën meteen krachtig.
In deze fase kun je de slijmprop verliezen. Dat is taai slijm dat de baarmoedermond afsluit. Het kan een teken zijn dat de bevalling op gang komt, maar soms gebeurt dit ook eerder zonder dat de bevalling direct doorzet.
Bij een eerste kindje duurt de latente fase vaak rond de tien uur, maar dit kan korter of langer zijn.
Wat helpt in deze fase is rust nemen, een warme douche of een bad, ademhalingsoefeningen, een rustige omgeving, voldoende drinken, lichte snacks en slapen. Te veel stress of drukte kan de bevalling vertragen, dus probeer zoveel mogelijk ontspannen te blijven.
De actieve fase is de tweede fase van de bevalling. De baarmoedermond is nu ongeveer drie tot vier centimeter open en opent verder tot tien centimeter. De weeën worden krachtiger, pijnlijker en komen regelmatiger. Ze duren langer en de pauzes ertussen worden korter. Je hebt in deze fase meer focus en energie nodig om de weeën goed op te vangen.
Elke wee heeft een duidelijk verloop: de pijn bouwt op, bereikt een piek en zakt daarna weer af. Tussen de weeën door heb je korte rustmomenten. Tijdens deze fase maakt je lichaam endorfine aan, een natuurlijke pijnstiller die helpt de weeën beter te verdragen en je te laten ‘meegaan’ in het proces.
De actieve fase voelt duidelijk anders dan de latente fase. Je merkt dat de bevalling echt is begonnen. Aan het einde van deze fase voel je vaak meer druk in je onderrug of bekken, of het gevoel dat je moet poepen. Dit is een teken dat de persfase in zicht komt.
Bij een eerste kindje duurt de actieve fase gemiddeld vier tot acht uur. Bij volgende bevallingen verloopt dit vaak sneller, maar dit verschilt per persoon.
Wat kan helpen in deze fase is ontspannen met muziek, een warme douche of een bad, ademhalingsoefeningen, een rustige sfeer, het afwisselen van houdingen, steun van je partner of verloskundige, voldoende drinken, lichte snacks en regelmatig plassen.
De overgangsfase is de fase tussen volledige ontsluiting van tien centimeter en het begin van de persweeën. In deze fase zakt je baby dieper in je bekken en kun je druk voelen op je anus, alsof je moet poepen. Deze persdrang wordt langzaam sterker. Pas als je bij elke wee vanzelf mee wilt persen, begint de uitdrijvingsfase.
Sommige vrouwen ervaren deze fase als pittig, met heftige weeën en gevoelens van wanhoop. Anderen merken juist een korte rustpauze, waarin de weeën tijdelijk afnemen. Beide ervaringen zijn normaal en maken deel uit van het natuurlijke proces.
De overgangsfase duurt meestal kort, vaak minder dan een uur.
De persfase, ook wel de uitdrijvingsfase genoemd, is de laatste fase van de bevalling. Je baarmoedermond is volledig open, tien centimeter, en bij elke perswee wordt je baby verder naar buiten geduwd. Je lichaam krijgt vanzelf persdrang: een sterk gevoel van druk dat je niet kunt tegenhouden.
De weeën voelen nu anders dan eerder in de bevalling. De persdrang komt bij elke wee terug en wordt steeds sterker. Bij een eerste bevalling duurt deze fase gemiddeld één tot twee uur. Bij volgende bevallingen verloopt het vaak sneller, maar dit verschilt per persoon.
Wat kan helpen in deze fase is goed luisteren naar je lichaam, de aanwijzingen van je verloskundige volgen en vertrouwen op de kracht van je lijf. Tijdens de persfase controleert je verloskundige regelmatig het hartje van je baby. Aan het einde van deze fase wordt je kindje geboren, een bijzonder en onvergetelijk moment.
Na de geboorte van je baby volgt de geboorte van de placenta. Deze fase heet het nageboortetijdperk. Je baarmoeder trekt samen, waardoor de placenta loslaat en geboren wordt. Dit gebeurt meestal binnen ongeveer dertig minuten.
De krampen die je hierbij voelt kunnen pijnlijk zijn, maar zijn over het algemeen minder heftig dan de weeën eerder in de bevalling. De verloskundige begeleidt dit proces zorgvuldig en let goed op je bloedverlies, zodat alles veilig verloopt.
Het kan per persoon en per bevalling erg verschillen hoelang een natuurlijke bevalling duurt. Gemiddeld duurt een eerste bevalling tussen de 12 en 24 uur. Bij een tweede of volgende bevalling gaat het meestal sneller, vaak tussen de 6 en 12 uur.
Wij begeleiden je tijdens de hele bevalling, ongeacht de duur, zodat je je veilig voelt en ondersteund wordt bij elke fase.